Slikken of Trappen: over buikgevoelens en bloedplaatjes

In mijn vorige bericht had ik over m’n dubbele gevoel bij het nemen van medicatie. Vermoedelijk is dit gevoel voor heel wat mensen met een psychische kwetsbaarheid herkenbaar. De steun ervaren van chemische regulaties via pilletjes, maar ook de confrontatie met bijwerkingen. En vooral de confrontatie met het idee dat je pilletjes neemt om je mentale toestand, gedragingen, en wie weet … je persoonlijkheids- kenmerken in regel te houden met bepaalde gestandaardiseerde normen van hoe een mens ‘mentaal gezond’ dient te functioneren. 
Ik houd hier geen vertoog voor het bannen van medicatie of een pleidooi dat stelt dat pilletjes alleen maar slecht zijn. Er zijn evenzovele situaties waarin medicatie heel wat steun biedt aan mensen die lijden onder een aantal symptomen van hun psychische kwetsbaarheid. Op zo’n momenten kan medicatie een belangrijke steun en ‘bondgenoot’ zijn. Wat ik wel met mijn eigen verhaal wens te vertellen is dat er misschien wel eens verschillende pistes, combinaties en alternatieven mogelijk zouden kunnen zijn. Mijn doel is enkel om hier zoveel mogelijk mensen mee over te informeren. Ik wil vooral met mijn eigen ervaringen en bedenkingen een testcase bieden voor anderen om te kunnen observeren. 

Voor het thema psychische kwetsbaarheid en mentale gezondheid ontstaat steeds meer openheid binnen onze samenleving. Dankzij een toegenomen aandacht voor
sensibilisering, informering en de normalisering van het feit dat we allemaal psychisch kwetsbaar (kunnen) zijn. 
Open gesprekken rond de inname van psychofarmaca blijven echter moeilijk. Heel wat zaken rond dit thema blijven onuitgesproken of zijn door mystiek omgeven. En zo sluipt er wel eens vaker wat sensationele informatie de wereld in.
Ik hoop een bescheiden steentje te kunnen bijdragen in de weg naar demystificatie rond het innemen van psychofarmaca.

Ik ging jullie dus uitleggen waarom ik eerder meer zou willen trappen en minder of niet meer slikken ?

De SRI of Serotonine Heropname Remmer (Venlafaxine) biedt me al heel wat jaren steun in het reguleren van angstsymptomen en stemmingswisselingen die ik ervoer. Het medicijn neemt als het ware bepaalde door (irrationele) angst ingegeven drempels of remmingen weg die ik misschien anders aan mezelf terug zou beginnen opleggen. Dit in een soort van zelfbeschermende toestand. Natuurlijk heb ik ook heel wat handvatten binnen mijn therapie meegekregen, en dit heeft mijn gedrag stelselmatig sterk veranderd.
Hiernaast zorgt het pilletje er ook voor dat mijn emoties niet te extreem doorschieten, vooral naar de depressieve kant dan. Ik ervaar zeer intens, en dat kan een zegen zijn maar ook een vloek. Het levert veel fantasie en een sterk empathisch vermogen op, maar vaak ook uitputtende overprikkeling en overspoeling om te leven zonder een filter. 

Eerlijk gezegd… ik neem het medicijn ondertussen al zo lang (12 jaar) dat ik me vaak de bedenking maak… ‘Wie zou ik nu eigenlijk zijn als ik geen medicatie meer neem ?’

Maar naast steun ervaar ik toch ook wel wat ongemakken van dat pilletje. Hoewel er wordt beweerd dat die zeer miniem zouden moeten zijn, ervaar ik dit zelf toch een beetje anders. OK, er zijn heel wat andere psychofarmaca (antipsychotica en neuroleptica) die grotere ongemakken zullen veroorzaken. Hoewel dat volgens mij vooral een eigen afweging is die je dient te maken. En je alleen voor jezelf het beste kan vaststellen in welke mate je de bijwerkingen als meer of minder storend ervaart. 
En ik stoor me dus aan een aantal dingen bij de pilletjes die ik neem, namelijk:

  • Er wordt een rem op mijn emoties gezet, en ja dat is ook de bedoeling van dit medicijn, …maar ook op die emoties en in die mate die voor mij persoonlijk niet nodig zijn. Soms, wanneer ik verdriet voel of intens geluk, lukt het me niet altijd meer om de tranen los te laten. Dan wil ik wel, maar lijk ik een tranen-constipatie te hebben. Een heel eigenaardig gevoel. Terwijl ik persoonlijk dan graag wel eens een keertje goed zou willen kunnen huilen, want dat biedt opluchting. Een remming ook op diverse vormen van genot… Vroeger kon ik van alle soorten dingen veel intenser genieten. Nu moet ik me er als het ware soms al bijna specifiek op gaan concentreren om te kunnen genieten. Het lukt nog wel … maar ik mis de intensiteit. 
  • De SRI werkt 24u, met een verlengde afgifte. Dit betekent dat je het pilletje dagelijks best steeds op het exact zelfde moment inneemt. Dit is voor mij een moeilijke opdracht… in mijn soms wat chaotische snelle brein. En ja ook wel wegens een zeker nonchalant trekje misschien. 🙂
    Ik moet het ook innemen bij het ontbijt, want het middel is anders te belastend voor de maag. En je kan je wel voorstellen dat ik op mijn vrije dagen net liever iets later ontbijt dan op mijn werkdagen. Laten we zeggen dat er voor mij steeds een uur speling op zit op bepaalde dagen van de week… en soms wat meer… 
    Dan krijg je dus problemen : intense, levendige dromen omdat een soort rebound van de REM-slaap ontstaat. De stoffen in de SRI onderdrukken namelijk de REM-slaap. Begint je dosis te schommelen, dan begint je REM-slaap te schommelen. Zeer vermoeiend soms.
  • Hypno-sedatie : vermoeidheid, sufheid, duizeligheid en slaperigheid. 
    Omdat het medicijn een remming veroorzaakt in de noradrenerge, histaminerge en serotonine receptoren. En vooral als ik dan toch eens een glaasje prosecco of een lekker abdijbiertje wil proeven op café of op een terrasje in het zonneke… wordt die versuffing nog sneller in de hand gewerkt. Ik ben wel eens vaker in de sofa moeten gaan liggen bij vrienden of familie omdat ik me echt niet meer kon wakker houden na een vreugdevolle toast op elkaars gezondheid. En zwijg me dan van de momenten dat ik vocht tegen de vermoeidheid omdat het niet direct gepast was om effe in de zetel te gaan liggen snurken. 🙂 Maar goed, die alcohol is nu niet zo belangrijk voor mij, dat ik het evengoed zou kunnen laten… 
  • Het medicijn geeft je een grotere drang naar zoetigheden en hieraan gekoppeld kans op gewichtstoename. Het mechanisme in SRI’s dat dit veroorzaakt blijkt ingewikkeld en wordt nog niet geheel begrepen. Een mogelijke verklaring zou zijn dat het medicijn een vertraging in de stofwisseling veroorzaakt. Medicijnen kunnen de caloriehuishouding veranderen door het verhogen of verlagen van het basale metabolisme zonder dat de inname van calorieën verandert. Gelukkig beweeg ik erg veel (honden wandelen, lopen en fietsen) waardoor deze bijwerking bij mij minder hinder veroorzaakt. Ik ben om deze reden ook toch wel wat meer gefocust op wat ik eet en hoe gezond het is. 

Deze ongemakken zijn me meer en meer beginnen opvallen na jarenlang gebruik van dit medicijn. Ze lijken ook te zijn toegenomen na het verhogen van mijn dosis. Pas dan ben ik op zoek gegaan naar onderzoek rond bijwerkingen van mijn specifieke medicatie. Voordien wist ik dat ze er waren, maar negeerde ik ze. Ik lees niet standaard de bijsluiter van medicatie. Wat foei is, misschien ?!

De bijwerkingen en veranderingen in mijn lichaamstoestand die me de laatste tijd ook erg zijn beginnen opvallen sinds mijn dosis werd verhoogd, zijn :

  • Bij intensieve inspanningen lijk ik telkens sneller een plafond te bereiken. Goed ja, ik heb het lang ook in twijfel getrokken met een verminderde conditie. En dat is natuulijk ook niet helemaal onrealistisch. Ik heb geen personal coach die mijn conditie nauwkeurig in de gaten houdt dus ik heb geen idee van fluctuaties op dat vlak. Maar soms voel je een verschil in je lichaam en je weet dat het misschien toch iets anders is (een buikgevoel, intuïtie). 
  • Plots krijg ik regelmatig last van bloedneuzen bij intensieve inspanning, vooral als ik het aantal hoogtemeters of de snelheid in mijn fietstochten opdrijf.
    Ik had vroeger amper een bloedneus. 
  • Ik krijg erg snel blauwe plekken. OK, met het meer off-road fietsen is ook mijn valfrequentie toegenomen.  🙂 Maar een keertje stevig leunen met mijn armen op een tafel en ik heb twee blauwe plekken op mijn bovenarmen. Ik sta te wachten aan de lichten met mijn fiets, duw mijn zadel tegen mijn bips…en hopla BBB, of blauwe bollekes billen.

Ik trek met deze vaststellingen naar de huisarts. Er volgen 3 bloedonderzoeken kort op elkaar. Nu 2 maanden geleden. Resultaat, bij elke bloedname wordt er steeds een tekort aan bloedplaatjes vastgesteld. Niks levensbedreigend… maar toch iets om aandacht voor te blijven houden. De huisarts weet niet direct wat ermee te doen. Ik doe zelf de suggestie om misschien toch ook eens de link met mijn medicatie te onderzoeken. Dit wordt vriendelijk afgewimpeld. 
Mijn koppigheid en intuïtie houden me echter in gang. En ik ben zelf beginnen zoeken. In de literatuur vind ik volgende bijwerking voor SRI’s, hoewel ze wel zeldzamer blijken voor te komen : 

Serotonine speelt een belangrijke rol bij het stoppen van een bloeding (hemostase), voornamelijk door een versterkend effect op twee stoffen (adenosinedifosfaat en trombine) die betrokken zijn bij het stollen. 
SRI’s blokkeren de afgifte van serotonine uit de bloedplaatjes en blokkeren de opname van serotonine in bloedplaatjes. Dat leidt tenslotte tot bloedingsproblemen, met name door een verlenging van de bloedingstijd, wat zich onder andere kan uiten in blauwe plekken.  SRI’s (dus ook duloxetine, trazodon en venlafaxine) kunnen, vooral in combinatie met NSAIDs (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs, ontstekingsremmende geneesmiddelen), maagbloedingen veroorzaken. 

Omdat verminderde bloedplaatjesaggregatie waarschijnlijk de oorzaak is, zouden ook allerlei andere bloedingen moeten ontstaan, er bestaan echter slechts een gering aantal beschrijvingen van bloedingen, zoals van neus, tandvlees en dergelijke.

Referentie : Heerdink E. en Meijer W. – Selectieve serotonine heropnameremmers en bloedingen – Psyfar (2006) 2: 36-38

Misschien doet deze bijwerking zich niet bij iedereen voor die dit medicijn neemt… maar ze heeft zich nog wel bij anderen voorgedaan die het nemen. Dat is voor mij een reden genoeg om het toch eens verder na te trekken. En mijn eigen intuïtie niet te negeren. 

Ik heb ondertussen een afspraak gemaakt met een psychiater om mijn medicatie te bespreken. Ik hoop bovendien te kunnen toewerken naar een plan waarin ik mijn medicatie zal kunnen afbouwen en de duursport meer zijn effect zal kunnen laten doen. Hopelijk vind ik een arts/psychiater die me hierin wenst te begeleiden. 

Dat wordt een nieuwe uitdaging … want ondertussen is mijn lichaam erg gewend geraakt aan dit chemische middeltje. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: